Bij de Eindhovense Watervrienden
wordt synchroonzwemmen al ruim 30 jaar beoefend. Tientallen jaren
geleden werd de sport ook wel 'waterballet' genoemd, vanwege de sierlijke
bewegingen met armen en benen, de sprankelende uitstraling van de
zwemsters en het samenspel tussen de zwemsters en de muziek.
Maar synchroonzwemmen is niet alleen maar sierlijk, het is ook
een zware sport. Het gaat niet alleen om het beheersen van de zwemslagen,
maar ook om gevoel voor muziek en een goed uithoudingsvermogen.
Een groot gedeelte van de figuren wordt namelijk onder water uitgevoerd.
Maar dat hoef je natuurlijk niet meteen te kunnen! Dat wordt je
geleidelijk aangeleerd.
Je kunt met synchroonzwemmen beginnen als je het C-diploma hebt.
Die diploma's zijn belangrijk om de eerste synchroonzwemfiguren te
kunnen leren. Je leert om op het ritme van de muziek te zwemmen en
gaandeweg wordt je lenigheid en uithoudingsvermogen getraind. In
het begin leer je drijven op je rug en borst, maar ook eggbeateren
(soort watertrappelen) en stuwen. Bij stuwen beweeg je je handen
zo dat je heel gelijkmatig vooruit of achteruit gaat of juist stil
blijft liggen.
Synchroonzwemmen is een leuke sport, omdat je samen met leeftijdsgenoten
het plezier van de sport kunt beleven. En terwijl je de sport steeds
meer onder de knie krijgt, haal je het ene na het andere diploma
binnen. Er zijn acht synchroomzwem-diploma's te behalen, die je laten
zien hoever je inmiddels gevorderd bent, maar die je bovendien de
kans geven om aan wedstrijden en kampioenschappen mee te doen!
Elke twee jaar doet het synchoonzwem-team mee aan de Nederlandse
Kampioenschappen, waar je - afhankelijk van je leeftijd en je diploma's
- aan mee mag doen. Er worden dan groepsnummers gezwommen, maar ook
duetten en solo's. Verder zijn er jaarlijks club- en regio-kampioenschappen
en bovendien wordt elke twee jaar een grootse Kerstshow georganiseerd,
waar alle zwemsters van de club in meezwemmen.
Om met synchroonzwemmen te kunnen beginnen, heb je uiteraard een
badpak nodig, maar verder een neusklem, een zwembril en een badmuts.
De neusklem zorgt ervoor dat er geen water in je neus komt als je
met je hoofd onder water gaat. De zwembril is voor de oriëntatie
onder water en je krijgt er bovendien minder snel rode ogen van.
De badmuts zorgt ervoor dat je haren goed bij elkaar blijven en dat
de train(st)ers je bewegingen goed kunnen zien.
|